20ste eeuwse overheid

by Henny van Egmond on 20 maart 2010

Steeds meer overheidsdiensten vragen zich af of de huidige manier van werken, gebaseerd op de managementprincipes van de vorige eeuw, nog wel passend is voor de toekomst. Gelukkig maar, want doorgaan op de oude weg is ook voor overheidsorganisaties op termijn onmogelijk.

Jammer is dat vaak in overheidsland de aanleiding wordt gevonden in de nieuwe ICT-mogelijkheden. Alsof je door te twitteren in één klap als ambtenaar beter functioneert. Ik heb vaak discussies over de nadruk die op IT wordt gelegd. Dan krijg ik te horen dat ambtenaren wel op een nieuwe manier willen werken, maar helaas, het kan niet. Want ze hebben niet de juiste IT-ondersteuning.

Dat is natuurlijk grote onzin.

Het nieuwe werken gaat natuurlijk veel meer over de wijze waarop wij organisaties hebben vormgegeven. Met managementlagen die zijn ingesteld om medewerkers opdrachten te geven en te controleren of ze het wel conform opdracht hebben uitgevoerd. Met tal van regels en procedures omdat we doodsbang zijn dat er iets gebeurt wat we niet van te voren zo bedacht hebben. Control en Command, wantrouwen, beheersing, maakbaarheid, planning, dat zijn de allesoverheersende woorden van de 20ste eeuw.

De realiteit is ruw en wreed. Ambtenaren weten dat als geen ander. Burgers worden niet alleen mondiger, welnee, ze accepteren gewoon niets meer. De kloof tussen burger en overheid is groter dan ooit. Het vertrouwen is vrijwel verdwenen.

Onder druk van de maatschappij en de opkomst van sommige politieke partijen is het antwoord van de politiek vooralsnog afkomstig uit de 20ste eeuw. Meer regels en procedures, meer repressie. Elk incident leidt direct tot een politiek debat en moet in de toekomst worden voorkomen. Elk risico op nieuwe incidenten moet koste wat het kost worden uitgebannen. In mijn ogen een heilloze weg.

Ik ben 15 jaar dagbladjournalist geweest bij het Leidsch en Haarlems Dagblad. In de jaren 80 werd er in Leiden een stevig politiek debat gevoerd over de vraag of er op een fietspad naar zo’n fout aangelegde nieuwbouwwijk – een beetje de Leidse Bijlmer – een videocamera mocht worden opgehangen. Vrouwen op dat fietspad werden met enige regelmaat lastiggevallen. Het antwoord van de politiek toen was nee. De privacy van de burger was belangrijker. Er werd gekozen voor stevig snoeien van de struiken, een betere surveillance van de politie en meer straatverlichting.

Nu zouden we in schamper lachen uitbarsten als de politiek een dergelijk besluit zou nemen. Maar het resultaat was verrassend positief. Gedurende vele jaren werd op die plek in Leiden niemand lastiggevallen.

Het antwoord vandaag zou echter meer camera’s zijn. Sterker nog, het antwoord van de laatste jaren is meer camera’s. In Londen word je gemiddeld per dag 3.500 keer gefilmd. In Nederland zal het niet anders zijn. Door je mobiele telefoon kan de overheid vrij simpel uitzoeken tot op vijf meter waar ik nu ben. Dankzij de OV-chipkaart weet de overheid exact welke routes ik per openbaar vervoer neem. En dat ik nooit de bus neem, omdat ik dat zo’n rotvervoermiddel vind.

Dankzij het vastleggen van telefoongegevens en het scannen van emailverkeer kan precies worden vastgesteld met wie ik communiceer en waarover. Om het allemaal compleet te maken worden binnenkort mijn vingerafdrukken genomen als ik mijn paspoort ga vernieuwen. En er zijn al mensen die pleiten voor het afnemen van DNA zodat bij misdrijven voortaan de daders vanachter de databank kunnen worden opgespoord.

En de politici die al deze maatregelen hebben bedacht, die politici  bezweren dat nooit iemand misbruik van al deze gegevens zullen maken.

Gelooft u het?