Weg met het prikklokdenken!

by Henny van Egmond on 6 oktober 2015

De discussie over hoeveel uur we elke dag moeten werken is deze week door de PvdA weer aangezwengeld en leidt gelijk tot allerlei goedbedoelde varianten. Zoals van Volkskrantcolumnist Peter de Waard die adviseert 5 dagen 6 uur te werken, want een kortere werkdag is beter voor de productiviteit dan de door de PvdA voorgestelde 4 dagen van 9 uur. Om eerlijk te zijn: de discussie over werktijden is zo achterhaald, zo 20ste eeuws.

Het begon van de week met het Tweede Kamerlid Martijn van Dam (PvdA) die in het Algemeen Dagblad opriep tot een werkdag van vierprikklokkeer negen uur, omdat vrouwen veel vaker minder gaan werken als er kinderen komen dan mannen. Met vier keer negen zou dat makkelijker gaan. Nu is dat nog maar de vraag want 9 uur werken met een reistijd van een uur per dag en drie kwartier pauzes betekent dat als je weggaat om acht uur ’s ochtends je pas om kwart voor 7 ’s avonds thuis bent. Of mensen daar gelukkig van worden, durf ik te betwijfelen.

Al snel kwam Peter de Waard in de Volkskrant met een in zijn ogen beter idee: vijf dagen van 6 uur. De reden? Als mensen later dan een uur of negen beginnen en een kortere werkdag hebben zijn ze productiever.  De Waard heeft gelijk, maar ook hij denkt toch teveel vanuit de vorige eeuw. Toen we medewerkers nog steeds als human resources zagen, hulpbronnen in het productieproces net zoals bijvoorbeeld grondstoffen.

Martijn van Dam en Peter de Waard leven nog in de waan dat uren aanwezigheid gelijkstaan met uren productiviteit. Het is de oude gedachte van aanwezigheid, oftewel sturen op input. Terwijl vandaag de dag sturen op output – of nog beter outcome, het effect van het werk – vele malen belangrijker wordt gevonden.

Toen ik van de week even kort reageerde op het bericht van Martijn van Dam met de boodschap dat flexibilisering van werk veel slimmer is, kreeg ik gelijk het verwijt dat dit alleen maar kan voor ‘witte boorden’-medewerkers. Onzin natuurlijk. Flexibilisering van werk gaat uit van de gedachte dat de organisatie bepaald wat bereikt moet worden en medewerkers veel vrijheid krijgen om het hoe te bepalen. De reden is simpel: medewerkers die meer ruimte krijgen om hun werk zelf in te vullen zijn in de regel meer betrokken en bevlogen dan medewerkers die in een keurslijf worden gedwongen. Ze lopen een stapje harder omdat ze weten waarom ze het doen. Ze zijn minder ziek en meer tevreden. En raad eens wat? Ook nog productiever.

Dat kan niet alleen voor kenniswerkers. Er zijn tal van voorbeelden in groenonderhoud, zorg, de bouw en allerlei andere sectoren waar vooral ‘blauwe-boorden’ werken.

Elke slimme werkgever of leidinggevende gaat dan ook niet in discussie over werktijden en aanwezigheid, maar voert een volwassen gesprek met medewerkers over wat de organisatie nu werkelijk wil bereiken. En hoe hij de omstandigheden kan faciliteren waarbinnen zijn medewerkers het beste zelf een antwoord op het hoe kunnen vinden.