Groot, groter, grootst ≠ goed, beter, best

by Henny van Egmond on 25 oktober 2014

Leuk bericht in NRC Handelsblad van vandaag. De zorgverzekeraars klagen erover dat de ziekenhuizen te groot worden en dat heeft een prijsopdrijvend effect. Het is een gevalletje van in je eigen staart bijten. Want waarom willen die ziekenhuizen groter worden? Omdat de zorgverzekeraars allemaal zijn gefuseerd, waardoor ze in de ogen van de ziekenhuizen te machtig werden. Hier blijkt weer eens dat groot, groter, grootst ≠ aan goed, beter, best.

De zorg is een complexe wereld, ik durf niet te beweren dat ik een oplossing heb voor de steeds stijgende kosten. Maar de halve marktwerking waar de politiek de laatste jaren voor heeft gekozen heeft toch wel bijzondere gevolgen. Zo klaagt de manueel therapeut waar ik eens in de drie jaar kom, dat hij bij een bepaalde zorgverzekeraar een omzet van een ton of meer moet maken om nog een contract te krijgen. En elke verzekeraar stelt als voorwaarde aan een contract dat hij aan bepaalde kwaliteitseisen voldoet. Natuurlijk, elke verzekeraar heeft zijn eigen eisen en zijn eigen formulieren. Inmiddels is de manueel therapeut ruim drie keer zoveel tijd kwijt aan papieren rompslomp vergeleken met een paar jaar geleden. Hij moet wel, want anders worden de behandelingen niet meer vergoed. Oh ja, hij behandelt nog steeds op dezelfde, uitstekende manier, werkt alleen veel harder. Niet voor zijn patiënten, maar voor de bureaucratie.

Veel zorgverleners kiezen voor een fusie. In een grotere praktijk kun je makkelijker voldoen aan al die voorwaarden. Maar het betekent ook dat er meer bureaucratie komt. Van managers tot administratieve krachten voor alle formulieren. Extra kosten, zou je denken. En toch dalen de kosten. Raar? Welnee, want het heet een contract maar de zorgverzekeraar dicteert gewoon het tarief onder het motto: voor jou zo een ander. Er is dan ook geen sprake van echte marktwerking in de zorg, eerder machtwerking. Je kunt het overigens de zorgverzekeraars niet verwijten, ze krijgen deze rol in de maag gesplitst door de politiek die zelf de handen niet wil branden aan de zorg.

De ziekenhuizen zijn het inmiddels zat en fuseren massaal. Maar hier speelt wat anders. Waar er voor de fysiotherapeut, de logopedist en vele andere zorgverleners genoeg alternatieven zijn, is dat voor ziekenhuizen – zeker als ze een paar fusies achter de rug hebben – niet het geval. In de wijde omtrek zijn ze de enige aanbieder en kan de zorgverzekeraar niet om ze heen. Dat leidt tot hogere tarieven, klagen de zorgverzekeraars. In mijn oren klinkt het meer als een gelijk speelveld. Er kan nu echt worden onderhandeld over de prijs van de zorg. En als een ziekenhuis te duur is, komt er vanzelf een andere aanbieder, mag je verwachten. Want dat is toch de hele gedachte achter marktwerking?

Het trieste is dat al die discussies over kosten van de zorg afleiden van de werkelijke vragen. Welke kwaliteit van leven willen wij eigenlijk? Welke behandelingen zijn nu eigenlijk wenselijk? En moeten wij als samenleving altijd voor die behandelingen betalen? Wat mag een laatste levensjaar eigenlijk kosten, ook als het eigenlijk niets meer toevoegt aan een lang en gelukkig leven? Er zijn tal van ingewikkelde vragen die – vooral door de politiek – uit de weg worden gegaan. De aanpak is gericht op kostenreductie, leidt tot verkeerde discussies tussen de verkeerde partijen en zorgt ervoor dat steeds meer geld wordt besteed aan bureaucratie in plaats van aan zorg.